|  | | Datum uitspraak: | 21-12-2010 | | Datum publicatie: | 10-01-2011 | | Rechtsgebied: | Civiel overig | | Soort procedure: | Hoger beroep | | Inhoudsindicatie: | Huur bedrijfsruimte. Verzoekschriftprocedure van artikel 7:304 Burgerlijk Wetboek.
Reikwijdte? Indieningsdatum en onderzoeksdatum.
| | Vindplaats(en): | Rechtspraak.nl WR 2011, 76
|
|  |  | | | zaaknummer 200.073.596/01
21 december 2010
GERECHTSHOF TE AMSTERDAM VIJFDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER
BESCHIKKING
in de zaak van:
1. [ APPELLANT 1 ], wonende te [ A ],
2. [ APPELLANT 2 ], wonende te [ D ],
APPELLANTEN,
advocaat: mr. G.J.A. Wiekart, te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid F.F.D. FASHION FOOTWEAR DISTRIBUTORS B.V.,
gevestigd te Amsterdam
VERWEERSTER,
advocaat: mr. T.C. Boer, te Amsterdam.
1. Het geding in hoger beroep
1.1 Appellanten worden hierna samen aangeduid met [ Appellanten ] en verweerster met F.F.D.
1.2 [ Appellanten ] zijn in hoger beroep gekomen van een beschikking die door de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (locatie Amsterdam) onder zaaknummer 1145798 EA VERZ 10-748 tussen partijen is gegeven en die is uitgesproken op 17 juni 2010.
Hun daartoe op 15 september 2010 ter griffie van het hof ingekomen beroepschrift bevat grieven. Bovendien hebben [ Appellanten ] producties in het geding gebracht.
1.3 F.F.D. heeft daarop een verweerschrift ingediend.
1.4 De mondelinge behandeling heeft plaatsgehad op 8 november 2010. Namens F.F.D. zijn verschenen [ K ] en haar makelaar [ naam makelaar ]. De advocaten van partijen hebben het woord gevoerd, mr. Boer aan de hand van pleitaantekeningen die hij heeft overgelegd.
1.5 Na afloop van de behandeling is de dag van uitspraak bepaald op heden.
2. Waarvan het hof uitgaat
De kantonrechter heeft in de beschikking waarvan beroep in rechtsoverweging 1 een aantal feiten vastgesteld. De juistheid van die feiten is niet in geding, zodat ook het hof van die feiten zal uitgaan.
3. Behandeling van het hoger beroep
3.1 Het gaat tussen partijen om de volgende kwestie.
F.F.D. huurt sedert 1 mei 1990 zogenoemde middenstands-bedrijfsruimte van [ Appellanten ].
[ Appellanten ] streven naar verhoging van de huurprijs.
Bij brief van 25 januari 2008 heeft Rappange Makelaardij B.V. die [ Appellanten ] in deze kwestie vertegenwoordigt, aan F.F.D. geschreven dat [ Appellanten ] de huur per 1 juli 2008 willen verhogen naar € 71.000,- per jaar exclusief leveringen, diensten en BTW. Dit voorstel heeft Rappange bij brief van 7 februari 2008 aangepast, uitgaande van een huurprijs per vierkante meter van € 450,-. F.F.D. is akkoord gegaan met een huurprijs van € 450,- per vierkante meter maar heeft het aantal gehuurde vierkante meters waarmee [ Appellanten ] hebben gerekend bestreden. In februari 2009 heeft een gezamenlijke inspectie van het gehuurde plaatsgehad. Bij brief van 23 oktober 2009 is namens [ Appellanten ] een nieuw huurvoorstel gedaan,
€ 110.000,- per jaar exclusief leveringen, diensten en BTW en ingaande 1 juli 2008 (met toepassing van kortingen gedurende de periode van 1 juli 2008 tot en met 30 juni 2011). [ Appellanten ]. zijn in dat voorstel uitgegaan van een kleiner aantal vierkante meters en van een huurprijs van € 950,- per vierkante meter. F.F.D. heeft met het voorstel niet ingestemd.
[ Appellanten ] hebben vervolgens op 19 april 2010 een verzoek bij de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam ingediend om de Bedrijfshuuradviescommissie van de Kamer van Koophandel (Bhac) te benoemen tot deskundige teneinde te rapporteren en te adviseren over de kale huurprijs van het gehuurde per 1 juli 2008, een en ander op de voet van het bepaalde in artikel 7:304 lid 2 BW. De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking het verzoek toegewezen, met dien verstande dat hij de Bhac heeft gevraagd onderzoek te doen naar en van advies te dienen over de huurprijs per 19 april 2010.
[ Appellanten ] willen in hoger beroep bewerkstelligen dat de Bhac wordt verzocht onderzoek te doen naar en van advies te dienen over de huurprijs zowel per 1 juli 2008 als per 19 april 2010.
Het hof overweegt daarover als volgt.
3.2 De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking overwogen dat op grond van artikel 7:304 lid 2 BW de datum van indiening van het verzoekschrift tot benoeming van een deskundige geldt als de dag waarop de vordering als bedoeld in artikel 7:303 BW tot nadere vaststelling van de huurprijs is ingesteld. Klaarblijkelijk is de beslissing van de kantonrechter om de deskundige te vragen de huurprijs op de indieningsdatum, 19 april 2010, te onderzoeken op deze wettelijke bepaling gegrond. Anders dan [ Appellanten ] veronderstellen heeft de kantonrechter de keuze van de onderzoeksdatum toereikend gemotiveerd door te verwijzen naar de wettelijke systematiek.
3.3 De inhoud van artikel 7:304 lid 2 BW biedt geen houvast voor de veronderstelling dat de wetgever de kantonrechter binnen het verband van deze bepaling de discretionaire ruimte heeft willen toedenken om voor een andere datum te kiezen.
3.4 De omstandigheid dat de kantonrechter die beslist op een vordering tot vaststelling van de huurprijs ingevolge het vierde lid van artikel 7:303 BW voor een andere ingangsdatum kan kiezen, roept de vraag op of daaraan kan worden ontleend dat de kantonrechter die beslist op een verzoek tot benoeming van een deskundige, ondanks de bewoordingen van artikel 7:304 lid 2 BW voor een of meer andere onderzoeksdata zou kunnen kiezen.
Naar het oordeel van het hof kan niet worden uitgesloten dat onder bijzondere omstandigheden toereikende grond bestaat om een onderzoeksopdracht aan de deskundige uit te breiden naar een of meer andere data dan de indieningsdatum. Dat zal zich met name voordoen, wanneer zich klemmend aftekent dat voor een eerdere ingangsdatum zal moeten worden gekozen. Een dergelijke uitzondering kan dan doelmatig zijn. Vermeden moet evenwel worden dat het debat over de ingangsdatum van een nieuwe huurprijs wordt verplaatst naar de procedure die wordt gevoerd op grond van artikel 7:304 lid 2 BW. Deze is daarvoor niet bedoeld en zou daardoor in het overgrote deel van de gevallen nodeloos worden belast. Kortom, een uitzondering zal zich niet snel voordoen.
3.5 In dit geding bestaat ontoereikende grond voor onderzoek naar de huurprijs op een andere datum dan 19 april 2010. Aan hetgeen is voorafgegaan aan het verzoek van [ Appellanten ] om de Bhac te benoemen kan niet worden ontleend dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat een eventueel hogere huurprijs eerder zal ingaan dan 19 april 2010. De omstandigheid dat [ Appellanten ] huurprijswijziging, zoals contractueel voorgeschreven, tegen 1 juli 2008 hebben aangezegd is daarvoor niet voldoende.
3.6 Dit oordeel houdt niet in dat thans reeds de keuze is gemaakt dat een eventueel hogere huurprijs pas op 19 april 2010 zal ingaan. Het debat daarover ligt open en dient te zijner tijd binnen het bestek van de in artikel 7:303 BW bedoelde procedure te worden gevoerd, nadat de Bhac heeft gerapporteerd. Voor een ontvankelijkheidsprobleem hoeft dan ook niet te worden gevreesd.
3.7 [ Appellanten ] hebben geen succes met hun hoger beroep. Als in het ongelijk gestelde partij hebben zij de kosten van het hoger beroep te dragen.
4. Beslissing
Het hof:
bekrachtigt de beschikking waarvan beroep;
veroordeelt [ Appellanten ] in de proceskosten van het hoger beroep en begroot deze tot de dag van deze uitspraak aan de zijde van F.F.D. op € 314,- voor verschotten en
€ 1.788,- voor salaris advocaat.
Deze beschikking is gegeven door mrs. G.B.C.M. van der Reep, C.A. Joustra en E.J.H. Schrage en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 december 2010 door de rolraadsheer.
|  |  |
|