LJN: AD8835, Rechtbank Utrecht , 16/210053-02Print uitspraak
Datum uitspraak:04-02-2002
Datum publicatie:04-02-2002
Rechtsgebied:Straf
Soort procedure:Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaats(en):Rechtspraak.nl
Uitspraak
RECHTBANK TE UTRECHT

Parketnummer  : 16/210053-02
Rekestnummer  : 01/696



B E S C H I K K I N G

De rechtbank te Utrecht, enkelvoudige raadkamer in strafzaken;

gezien het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend namens:

Stichting Hof van E., hierna te noemen klaagster,

gezien de stukken en gelet op het onderzoek, dat in het openbaar heeft plaatsgevonden in raadkamer van 21 januari 2002, waarbij zijn gehoord de officier van justitie en de door klaagster gevolmachtigde raadsvrouwe mr. C.H. Dijkstra.


Overweegt:

Wegens verdenking van overtreding van de artikelen 36 en 37 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren, artikel 7 lid 3 van de Verordening Identificatie en Registratie Runderen en artikel 7 lid 1 van de Verordening Identificatie en Registratie Schapen en Geiten zijn onder klager op 18 december 2001 in beslag genomen o.a. aan haar toebehorende levende have, te weten:

23 runderen
23 schapen/geiten
20 varkens en
208 stuks pluimvee

De officier van justitie heeft in raadkamer verklaard voornemens te zijn ter terechtzitting de verbeurdverklaring dan wel de onttrekking aan het verkeer van voornoemde dieren te vorderen.

De rechter is, gelet op de stukken en het verhandelde in raadkamer en gelet op recente eerdere veroordelingen van klaagster (betrekking hebbend op de inrichting van klaagster en het welzijn van de daar verblijvende dieren), alsmede in aanmerking genomen de waarschuwingen en adviezen haar gegeven van de kant van het bevoegd gezag en van terzake dieren(arts)deskundigen, van voorlopig oordeel dat de inbeslagname van de dieren en het voortduren daarvan niet in strijd is met beginselen van proportionaliteit of subsidiariteit, dan wel in strijd met beginselen van een behoorlijke strafrechtspleging.
Dit voorlopig oordeel wordt niet anders als mede in aanmerking wordt genomen dat de officier van justitie op grond van de stringente vervoersregelgeving met betrekking tot varkens de opdracht heeft gegeven tot vernietiging daarvan.

Voorts is de rechter van oordeel dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat een strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen dieren zal verbeurd verklaren dan wel onttrekken aan het verkeer, zodat het belang van de strafvordering zich thans verzet tegen teruggave van genoemd dieren aan klaagster.

Beslist:

Verklaart het beklag ongegrond.

Deze beschikking is gewezen door mr Meertens- Zeeman, in tegenwoordigheid van mr Bootsma als griffier
en uitgesproken ter openbare zitting van de enkelvoudige raadkamer in deze rechtbank van 4 februari 2002.


Naar boven